Column: Bielefeld, de stad die wel/niet bestaat

Dit bericht is geplaatst op 9 augustus 2018 in Column, Nieuws
Bielefeld

Bron Pixabay

Laatst was ik een paar dagen in Bielefeld. Volgens Duitsers die aanhanger zijn van de ‘Bielefeldverschwörungtheorie’ (Bielefeld-samenzwering) kan dat helemaal niet. In hun ogen is de Duitse stad een complot van lieden die net doen alsof de plaats bestaat. In 1993 trok een stel baldadige informaticastudenten uit Kiel de existentie van Bielefeld in twijfel. Hun argumentatie: ze waren nog nooit in Bielefeld geweest, hadden nog nooit iemand uit Bielefeld ontmoet en kenden bovendien geen mens die de stad ooit had bezocht. De grap is volledig uit de hand gelopen: aan de stedelijke complottheorie zijn websites, boeken en een heuse bioscoopfilm gewijd.

Door Gert-Jan Hospers, oorspronkelijk geplaatst in Stadswerk Magazine, onze partner.

Zelfs bondskanselier Merkel verwees er eens naar toen ze tijdens een prijsuitreiking Bielefeld noemde en eraan toevoegde ‘als het überhaupt bestaat’. Ik kan het u verzekeren: Bielefeld bestaat en is de moeite waard. De plaats telt bijna 330.000 inwoners en ligt zo’n 140 kilometer ten oosten van de Nederlands-Duitse grens, aan de rand van het Teutoburgerwoud. De stad is niet erg overzichtelijk en het stadsbeeld is allesbehalve spectaculair, maar shoppers en cultuurfanaten komen er volop aan hun trekken. De voormalige textielmetropool is trots op haar fraaie kunsthal, grote universiteit en bak- en puddinggigant Dr. Oetker. In de Dr. Oetker Welt (een beleefcentrum inclusief reusachtige puddingautomaat) kom je van alles over de onderneming te weten.

Ook stofzuigers van Miele en Seidensticker-overhemden zijn kwaliteitsproducten uit Bielefeld, net zoals de cafeïneshampoo van Alpecin die claimt haaruitval bij mannen tegen te gaan. Daarnaast is Bielefeld een groene en
sportieve stad. Waar je je ook bevindt, binnen vijf minuten ben je in een park of bos. Bielefeld is dan ook een
eldorado voor hardlopers. Elk jaar eindigt de Hermannslauf, een hardloopwedstrijd op de laatste zondag
van april, op de Sparrenburg. Vanaf deze middeleeuwse vesting heb je een mooi uitzicht over stad en ommeland.
Je zou kunnen zeggen dat Bielefeld last heeft van het Herman Finkers-effect. De Duitse stad is hetzelfde overkomen
als Almelo, waar een grap van de Twentse cabaretier (‘Eén stoplicht springt op rood, een ander weer op
groen, in Almelo is altijd wat te doen’) een eigen leven is gaan leiden. Lang verzette de gemeente zich ertegen,
maar nu presenteert ze zich slim als ‘Almelo, altijd wat te doen!’. Inmiddels heeft ook de gemeente Bielefeld eieren
voor haar geld gekozen. Ambtenaren zijn nog steeds een hoop tijd kwijt aan het afhandelen van mails en brieven
waarin het bestaan van de stad ter discussie wordt gesteld. Maar toen de plaats in 2014 het achthonderdjarig
jubileum vierde, was de slogan ‘Bielefeld, das gibt‘s doch gar nicht!’. Dat betekent niet alleen ‘Bielefeld, dat bestaat toch niet!’, maar ook ‘Bielefeld, dat kan toch niet waar zijn!’. De stad heeft geleerd te spelen met haar
imago.

Maar in datzelfde jubileumjaar gebeurde er iets waarmee niemand rekening had gehouden. In een voorjaarsnacht
beplakten twee jonge Bielefelders achttien plaatsnaamborden van Bielefeld met stickers waarop te lezen stond ‘Liebefeld’. Met de guerrillamarketing-actie wilden de jongemannen de liefde voor hun woonplaats betuigen.
Wat bedoeld was als een grap, groeide uit tot een enorme schare Bielefeld-fans, niet alleen in de plaats
zelf, maar ook daarbuiten. Intussen vinden Liebefeldsouvenirs, zoals ansichtkaarten, buttons, t-shirts en tassen,
gretig aftrek. Voor het geval er iemand in Duitsland nog durft te vragen naar het bestaan van hun stad – de
Bielefelders hebben hun antwoord klaar.