Investeren in beeldbepalende stadscentra blijft belangrijk

Dit bericht is geplaatst op 27 maart 2013 in Stadsplanning, Nieuws, Ontwerp en ruimtelijke plannen, Onderzoek en advies
Deel deze pagina

EYE Museum te Amsterdam (bron: Wikimedia Commons - Jvhertum)

EYE Museum te Amsterdam (bron: Wikimedia Commons – Jvhertum)

In het kader van de economische crisis komt er vanuit de maatschappij steeds meer kritiek op grote en dure bouwprojecten in stadscentra. Toch moeten gemeenten niet bang zijn om weloverwogen te blijven investeren in beeldbepalende bouwwerken, aldus Wouter Jan Verheul. Goed uitgevoerde iconische architectuur kan namelijk grote voordelen opleveren voor de gehele stad, zo benadrukt de research fellow aan de TU Delft.

Beeldbepalende gebouwen kunnen een belangrijke rol spelen in de economische ontwikkeling van een stad. Goede voorbeelden zijn onder meer het Louvre in Parijs en het Opera House in Sydney, die beide jaarlijks veel toeristen trekken. Ook in Nederland zijn deze strategieën al veelvuldig toegepast in de grote steden. Denk bijvoorbeeld aan de Erasmusbrug in Rotterdam en het nieuwe EYE Film Museum in Amsterdam.

In het kader van de economische crisis en de bezuinigingen is de discussie omtrent beeldbepalende architectuur in de laatste jaren echter steeds meer een sociaal vraagstuk geworden. Gaan die grote investeringen namelijk niet ten koste van de ontwikkeling van de rest van de stad, en dan in het bijzonder de sociale wijken? En zo ja, moet dit laatste dan geen prioriteit genieten boven de ontwikkeling van dure architectonische hoogstandjes?

Investeren in stadscentra

Volgens Wouter Jan Verheul, research fellow aan de TU Delft, is het stellen van die laatste vraag echter verkeerd: “De vraag is mijns inziens niet zozeer of het één of het ander. De vraag is vooral hoe de stad in zijn geheel iets aan nieuwe investeringen in stadscentra heeft.” Verheul baseert zich in zijn stellingname onder meer op het rapport ‘The Economics of Beauty’ (PDF) van het Economic Development Board Rotterdam, dat vorig jaar juist adviseerde om extra te investeren in een aantrekkelijke binnenstad, aangezien daar veel hoogopgeleiden op af komen.

Wel moet er volgens Verheul sprake zijn van een weloverwogen investering die voldoet aan een aantal belangrijke factoren. “In ruimtelijk en cultureel opzicht moet een project verwijzingen in zich hebben van lokale identiteit. Een autistische kolos die niet is ingebed in de omgeving moet worden voorkomen. In sociaal opzicht moeten betrokken groepen een rol vervullen in de totstandkoming van projecten opdat een gedeeld verhaal ontstaat over de betekenis van een nieuw bouwwerk.”

Economische impuls

“Daarenboven moeten initiatiefnemers en betrokken partijen weloverwogen ideeën hebben over hoe een project bijdraagt aan de ontwikkeling van het omliggend gebied en de stad als geheel. Creëert de ontwikkeling en de exploitatie van beeldbepalende projecten ook banen voor lager opgeleiden? Stijgen in de omliggende buurten de inkomsten van de middenstand en horeca door de komst van hogere inkomensklassen?”

Lees meer over de visie van Wouter Jan Verheul over beeldbepalende stadscentra in het artikel op Sociale Vraagstukken.

Bron: Sociale Vraagstukken
Beeld: Wikimedia Commons


Deel deze pagina