Monumenten: wat is hun rol in de openbare ruimte?

Dit bericht is geplaatst op 18 juni 2018 in Architectuur, Nieuws, Ontwerp en ruimtelijke plannen
monument

Bron Pixabay

Wat ‘doet’ een monument met zijn omgeving? Voor wie staat het er? En wanneer ben je als gemeente goed bezig met je monumenten? In een gesprek met professor Gert-Jan Hospers, verbonden aan de Universiteit Twente en de Radboud Universiteit, kijken we verder dan de monumentale waarde sec. Een monument moet je kunnen lezen.

Oorspronkelijk geplaatst in Stadswerk Magazine, onze partner.

Trouwe lezers van Stadswerk magazine kennen Gert-Jan Hospers als vaste columnist van ons tijdschrift. In zijn columns kijkt hij als het ware voorbij de alledaagse realiteit van de openbare ruimte. Ook over monumenten en hun betekenis voor stad en dorp heeft hij een uitgesproken mening. Dat begint al bij het indelen ervan. Hospers onderscheid vier functies. ‘Allereerst de functie van het monument als totempaal: een symbool voor de lokale gemeenschap en daarmee de identiteit van een stad of dorp.

Ten tweede het monument als uithangbord, iets waarmee je als stad of dorp de aandacht van potentiële
bezoekers trekt. Ten derde het monument als ontmoetingsplaats, een plek waar mensen samenkomen omdat het een vertrouwde plek is. En ten slotte het monument als voedingsbodem, een broedplaats voor nieuwe activiteiten. Het gaat dan vaak om wat grotere industriële gebouwen met betaalbare ruimtes voor beginnende bedrijfjes.’

Wat zijn de mogelijkheden?

Bestuurders zijn niet altijd zorgvuldig omgegaan met hun monumenten. Dat geldt ook voor Hospers’ thuisstad, Enschede. ‘Van het grootse textielverleden van deze stad is bijna niets tastbaars meer over. Hoe anders is het net over de grens, in de plaats Gronau. Daar is meer uit het industriële verleden behouden, zoals op veel plekken in Duitsland. Je kunt daar een soort vierdeling zien in de herbestemming ervan. Ten eerste een specifieke culturele herbestemming. In het geval van Gronau is een textielfabriek omgebouwd tot rock- en popmuseum. De bezoekersaantallen blijven echter al jaren achter bij de hoge verwachtingen die de gemeente ervan had. Een tweede mogelijkheid is herbestemming tot recreatieruimte, zoals in Gronau het Inselpark laat zien: het is een overblijfsel van de Landesgartenschau of LAGA uit 2003, zeg maar een Duitse variant van de Floriade. Een andere mogelijkheid
is om bedrijvigheid te huisvesten in een monument.

En tenslotte – je zou haast vergeten dat die mogelijkheid ook nog bestaat – niets doen en het monument teruggeven aan de natuur, wat ze in Gronau ook hebben gedaan. Dat levert soms interessante natuur op. We kennen natuurlijk al vleermuizen in verlaten bunkers en kelders, maar soms vind je op stilgelegde industriearealen ook bijzondere plantensoorten. Die zijn meegereisd met de levering van grondstoffen en komen na het staken van de bedrijvigheid
letterlijk tot grote bloei. In het Ruhrgebied spreekt men intussen al van “postindustrielle Spontanvegetation”.’

Brede blik

Het is dus zaak om bij herbestemming van erfgoed een brede blik te hebben en te zorgen voor een goede match tussen wat er aan erfgoed ‘op de markt komt’ en wat de omgeving nodig heeft. De gemeente is hierbij volgens Hospers de ideale matchmaker omdat zij meerdere belangen met elkaar kan verknopen en uiteindelijk gaat over bestemmingsplannen. ‘Vrijwel iedere gemeente probeert bezoekers van buiten te trekken, toeristen en dagjesmensen; het in het zonnetje zetten van de monumenten is daarvoor een uitstekende manier. En ook winkeliers trekken doorgaans extra klanten dankzij de speciale sfeer en beleving die monumenten bij bezoekers oproepen. Maar bij het ombouwen van een fabriek tot bijvoorbeeld een museum komt veel kijken, niet alleen in bouwtechnische
maar ook in juridische zin.’ Het belang van monumenten voor bewoners verdient meer aandacht, vindt Hospers. Het gaat dan om de eerder genoemde functie functie van ontmoetingsplaats en die van totempaal, iets wat bewoners trots maakt op hun plek. Hospers: ‘Gemeenten zouden bij herbestemming vaker samen met bewoners
kunnen kijken naar de mogelijkheden. Ze kunnen ook een rol spelen bij het toekomstig beheer en het organiseren
van festiviteiten rond een monument.’

Door Michiel Smit