Nieuwe tiny forests in twaalf gemeenten

Dit bericht is geplaatst op 23 augustus 2018 in Groen & natuur, Nieuws

Bron Pixabay

Natuurorganisatie IVN gaat in twaalf gemeenten minibosjes (tiny forests) aanplanten. Deze tiny forests hebben de grootte van een tennisbaan en zijn dichtbegroeid. Het doel van deze minibosjes is om verstedelijkte gebieden groener te maken. Daarnaast zorgen ze voor meer biodiversiteit en waterberging bij zware regenval.

Dit zijn niet de eerste minibossen in Nederland, maar het is wel de eerste keer dat het IVN op deze schaal afspraken maakt met gemeenten. De twaalf gemeenten die de tiny forests gaan aanplanten zijn Almere, Alphen aan den Rijn, Apeldoorn, Den Bosch, Goes en omstreken, Groningen, Hardenberg, Leiden, Maastricht, Meppel, Uithoorn en Utrecht. Zij willen dit najaar hun eerste tiny forests aanplanten.

Soorten bomen en struiken in tiny forests

Er worden in totaal meer dan veertig inheemse bomen en struiken geplant. De bedoeling is dat alle bomen en struiken op verschillende hoogtes geplant worden, zodat het als een soort 3D-puzzel in elkaar valt. Het gaat om bijvoorbeeld wilgen, berken en eiken, maar ook hazelaars en lijsterbessen.

Effecten van tiny forests in stedelijke gebieden

Het feit dat een volwassen beuk vijfhonderd liter water per dag drinkt, zorgt ervoor dat de minibossen extra water kan opnemen wanneer riolen de hoeveelheid regen niet kunnen verwerken. Een ander gevolg van plaatsing van minibossen is dat het veel dieren aantrekt. Uit twee proefprojecten van Wageningen University blijkt dat het vaak gaat om kleine insecten, maar ook konijnen of mollen weten de bosjes te vinden. Daarnaast slaat stedelijke bosbouw koolstof op, wat goed werkt tegen klimaatverandering.

Leerzame natuurgebieden

De tiny forests moeten ook leerzaam worden, omdat het de kloof tussen mens en natuur moet verkleinen. Zo wil het IVN dat schoolklassen lessen organiseert in de minibosjes, zodat leerlingen ook les krijgen in de buitenlucht.

Bron: NOS